652890

Middel 10.5x

Motorische eet- en drinkproblemen

Verworven neurologische eet- en drinkstoornissen

Zoals bij meerdere neurologische aandoeningen kunnen ook mitochondriale aandoeningen in het CZS (centraal zenuwstelsel) problemen geven met het eten en drinken (kauwen en slikken)

Dit overzicht blijft beperkt tot de verworven neurologisch veroorzaakte slikproblemen .
Andere slikstoornissen worden buiten beschouwing gelaten evenals problemen bij de verwerking van voeding  en vloeistof vanaf de slokdarm ( Deze problemen behoren niet tot het werk- en kennisgebied van de logopedist maar tot dat van bijvoorbeeld de internist)

 

Een verworven neurologisch slikprobleem (waarbij het slikken eerder probleemloos verliep) wordt ook wel dysfagie genoemd.

 

Bij dysfagie veroorzaken sensibiliteitsstoornissen (=veranderd gevoel) ,verlammingen en/of coördinatiestoornissen in het mond/keel/slokdarmgebied de problemen met het eten en drinken. Het is zelden zo, dat de verlamingen en andere stoornissen alleen eet- en drinkproblemen geven.

Meestal zijn er eveneens problemen met

 

praten
Het stemgeluid is veranderd (schor, hees, borrelig, zacht) ,er wordt door de neus gesproken, de articulatie wordt moeilijk , het spreken is vertraagd of ongecoordineerd alsof iemand dronken is.  Het gaat dan om motorische problemen en niet om talige problemen.

 

kauwenKauwen is vermoeiend of door krachtsverlies wordt het moeilijk vast voedsel zodanig fijn te vermalen dat slikken moeilijk wordt.

 

Speeksel of vocht/ voedselverlies 
uit de aangedane mondhoek (kwijlen)

 

Bij de volgende verschijnselen / klachten moet aan een neurologisch veroorzaakt slikprobleem gedacht worden, zeker bij een combinatie van verschijnselen:

 

- Veelvuldig verslikken 

- Problemen met speeksel slikken (ook ’s nachts), verslikken in speeksel.

- Vooral verslikken in dun vloeibare dranken, zoals water en thee.

- Vooral verslikken in gecombineerde voeding, waarbij in 1 hap meerdere consistenties              

  tegelijk verwerkt moeten worden. zoals heldere soep met groenten of yoghurt met vruchtjes

- Vooral verslikken in voeding op lichaamstemperatuur. (minder bij heel koud of warm)

- Een slikreflex die niet optreedt wanneer tot slikken aangezet wordt, terwijl hap of slok op een

  gegeven moment toch weg is (zonder dat er geslikt is)

- Een onwillige tong waardoor het niet lukt om de voeding achter in de mond te krijgen

- Regelmatig bijten op wang,  lip of tong

- Achterblijvende voedselresten in de wangzakken,  tegen gehemelte of op tanden zonder dat

  het opgemerkt wordt.

- Voeding of vocht dat via de neus naar buiten komt nadat geslikt is.

Voeding of vocht dat terugkomt nadat geslikt is, m.n. bij liggen

- Veel hoesten / kokhalzen tijdens of na de maaltijd.

- Hoesten op het moment dat je net bent gaan liggen.

Voedselbrokken die blijven steken  in de keel of lager

- Iets niet op kunnen hoesten omdat je daarvoor te weinig kracht hebt.

- Reutelende ademhaling

Hoorbare slik (klokkend geluid bij iedere slik)

- Onverklaarbare koorts.

Veelvuldig longontsteking (aspiratiepneumonie)

 

Het regelmatig voorkomen van een combinatie van bovenstaande verschijnselen 
is een reden om je behandelend neuroloog te raadplegen.

 

Slikstoornissen zijn niet alleen onaangenaam, maar kunnen ook leiden tot longonsteking, uitdroging en ondervoeding, een slechte lichamelijke conditie of zelfs stikken.

 

De neuroloog kan, afhankelijk van het soort problemen, verwijzen naar een internist, KNO arts of een op dysfagie gespecialiseerde logopedist .

Deze logopedisten zijn te vinden in  ziekenhuizen, revalidatiecentra en verpleeghuizen.

 

Diagnostiek

De logopedist onderzoekt of er sprake is van een slikstoornis en wat de oorzaak is. 
Soms is alleen logopedisch onderzoek niet voldoende en is aanvullende diagnostiek nodig. 
De aanvullende diagnostiek kan bestaan uit een slikvideo.
Hierbij wordt onder röntgendoorlichting het slikproces in beeld gebracht. 
Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie . De logopedist is hierbij aanwezig.

Een andere vorm van aanvullende diagnostiek is een FEES (Flexibele Endoscopische Evaluatie Slikbeweging) op de afdeling KNO. Hierbij kijkt de KNO-arts via een slangetje door de neus, naar de keel en beoordeelt samen met de logopedist hoe het slikken verloopt. 
Vaak worden genoemde onderzoeken gecombineerd om zo een totaal beeld te verkrijgen.

Er zal een diagnose gesteld worden en liggen de problemen binnen het terrein van de logopedist dan zal een behandelplan voor logopedische interventie gemaakt worden, waarbij het belangrijkste behandeldoel is VEILIG slikken en ondervoeding / dehydratie voorkomen.

 

Logopedische interventie kan bestaan uit :

- causale therapie
- compensatoire therapie
- aanpassingen     - een combinatie van bovenstaande interventies (meestal)

 

Causale therapie  is er op gericht de functie van het orgaan te optimaliseren door bijvoorbeeld spieroefeningen.
Er is bij causale therapie sprake van ‘droog’ oefenen zonder voeding of drank.Compensatoire therapie biedt de patiënt strategieën om de slikproblemen te overwinnen, zonder dat de onderliggende oorzaak wordt weggenomen.  De patiënt leert hoe hij tijdens het eten en drinken problemen (verslikken, hoesten) kan vermijden.Een derde mogelijkheid betreft aanpassingen die gedaan kunnen worden om het slikproces te optimaliseren.

 

Te denken valt aan aanpassingen m.b.t. het dieet, het eetgerei, de temperatuur en soms het besluiten tot een (tijdelijke) andere voedingstoediening zoals sondevoeding.
Aan de hand van onder andere de slikvideo wordt bepaald welke consistenties in welke hoeveelheden  en op welke wijze de patiënt het beste kan slikken. 

Vaak zijn met de juiste, kleine, aanpassingen al grote verbeteringen te bewerkstelligen!

 

Adviezen 

Specifieke adviezen met betrekking tot de eet- drinkproblemen zijn, in het bestek van dit overzicht, moeilijk te geven omdat de problemen en daarmee de oplossingen sterk individueel kunnen verschillen.

 

Er zijn echter wel een aantal  praktische tips voor mensen met eet- en drinkproblemen te geven.

 

Algemeen

-        Rust nemen vóór het eten en drinken

-        Tijd nemen om te eten

-        Niet spreken wanneer voedsel in de mond is

-        Geconcentreerd eten en drinken

-        Rustige omgeving

-        Beschermende kleding i.v.m. extra spanningsopbouw bij knoeien

 

Compensatietechnieken

-        Rechtop zitten (zowel in stoel als in bed) 

-        Lepel naar de mond i.p.v. mond naar de lepel brengen (i.v.m. houding) 

-        Bij drinken oppassen bij de laatste slokken i.v.m. hoofdhouding 

-        Kin naar de borst blij slikken 

-        Consistentie-aanpassingen (gemalen, dun vloeibaar verdikken naar dik vloeibaar, 
      geen vaste stukken in vloeibaar 

-        Hoeveelheid per hap, slok of maaltijd aanpassen

 

Sliktechnieken/  slikmanoeuvres

-        In overleg met de logopedist

 

Bij langzaam eten

-        Eten warm houden d.m.v. warmhoudbord, magnetron, kleinere porties op bord, bord      
      voorverwarmen (koud geworden eten slikt moeilijker)

 

Hulpmiddelen bij eten en drinken

-        Overleg met ergotherapeut

-        Handvat lepel, vork (lengte, dikte, hoek)

-        (Kogel) rietje, lang rietje, buigzaam rietje

-        Beker (gewicht, model, plaatsing, grip)

-        Bordverhoging

-        Knietafeltje

-        Antislipmatje

-        Elleboog op tafel

 

Indien slijmvorming

-        Stomen (kan mbv douche, waterkoker)

-        Kamille

-        Cola

-        Zure dranken (geven wel speekselproductie

-        Geen havermout

-        Geen volle melkproducten

-        Zout op de tong

-        Geitenmelk

 

Indien speekselvloed

-        Ananassap

-        Bewuster en frequenter speeksel wegslikken

-        Lip / mondsluiting

-        Medicamenteus (overleg met arts, bijv. scopoderm pleisters, botox)

 

Indien droge mond

-        Zure producten (zure dranken, zuur snoepje, zure vruchten) 

-        Stomen (douche, waterkoker) 

-        Voldoende luchtvochtigheid in huis (natte handdoek over verwarming, deur douche open)

 Indien iemand anders eten /drinken geeft

-        Rustig tempo aanbieden, wachten totdat de ander duidelijk geslikt en nageslikt heeft 

-        Lepel- en vorkvoering, recht van voren de mond in en uit, niet afschrapen aan de tanden 

-        Overleg welke lepel het best is qua materiaal, grootte en vorm 

-        Beker: Brede beker, naar buiten gebogen rand, doorzichtig, eventueel neusuitsparing beker

                    

Indien verslikken

-        Krachtig hoesten m.b.v. indrukken buikwand (in en omhoog)

-        Met behulp van partner flanken bij uitademing naar binnen duwen

-         Heimlichgreep

-        Voorover buigen

Indien bedlegerig

-        Tijdens eten en drinken rechtop zitten met hoofd iets naar voren

 

 

Juli 2010

Barbara Trimbos-Hart, logopedist